ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ4732
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- J.W. Zwemmer
- G.M. van der Meer
- D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over objectafbakening en waardering WOZ-perceel verblijfsrecreatie
In deze zaak staat centraal of het perceel gelegen aan de a-straat 1 in de gemeente Haren terecht als één onroerende zaak is aangemerkt voor de Wet WOZ. Belanghebbende, een verblijfsrecreatievereniging, stelt dat het perceel als één onroerende zaak moet worden gezien en pleit voor toepassing van de Taxatiewijzer Recreatieterreinen. De heffingsambtenaar handhaaft de waardebepaling van € 2.697.028 per 1 januari 2003 en stelt dat de zomerhuisjes afzonderlijk gewaardeerd hadden moeten worden.
Het hof stelt vast dat het perceel bestemd is voor verblijfsrecreatie en dat het één terrein vormt. De kernvraag is of belanghebbende het perceel als zodanig exploiteert. Het hof oordeelt dat de situatie waarin leden een levenslang persoonlijk gebruiksrecht hebben en belanghebbende geen vergoeding ontvangt bij overdracht, duidt op kostendekkend beheer en niet op exploitatie. De zeggenschap van belanghebbende over het gebruik van de zomerhuisjes dient het belang van de leden en impliceert geen exploitatie.
Daarom is het perceel ten onrechte als één onroerende zaak aangemerkt. Het hof komt niet toe aan de waardebepaling en vernietigt de WOZ-beschikking en de aanslagen onroerende-zaakbelastingen 2005. Tevens veroordeelt het hof de heffingsambtenaar in de proceskosten en gelast vergoeding van het griffierecht. De uitspraak is gedaan door het Gerechtshof Leeuwarden op 31 juli 2009.
Uitkomst: Het hof vernietigt de WOZ-beschikking en aanslagen omdat het perceel ten onrechte als één onroerende zaak is aangemerkt.