ECLI:NL:GHLEE:2009:BI9843
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- G.M. van der Meer
- H.L.C. Hermans
- F.J.W. Drion
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens nieuw feit bij privégebruik leaseauto
Belanghebbende, werkzaam bij een nv en met een leaseauto van de werkgever, kreeg een navorderingsaanslag inkomstenbelasting opgelegd over 2002. De inspecteur stelde dat sprake was van een nieuw feit omdat er geen eigen bijdrage voor privégebruik van de auto was betaald, hetgeen niet uit de oorspronkelijke aangifte bleek.
Belanghebbende voerde aan dat de inspecteur bij de aangifte nader onderzoek had moeten doen, mede op grond van het gelijkheidsbeginsel, omdat bij een collega met een vergelijkbare situatie wel onderzoek was ingesteld. De rechtbank oordeelde dat de inspecteur mocht uitgaan van de juistheid van de aangifte tenzij er redelijke twijfel bestond, en dat het feit dat pas bij de aanslagregeling 2003 bleek dat er geen eigen bijdrage was, een nieuw feit vormde.
Het hof onderschreef dit oordeel en verwierp het beroep van belanghebbende. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde niet, omdat de inspecteur de post bij belanghebbende en zijn collega op dezelfde wijze had behandeld en geen sprake was van ongelijke behandeling.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende tegen de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2002 wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.