ECLI:NL:GHLEE:2009:BI9842
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- G.M. van der Meer
- G.W.B. van Westen
- F.J.W. Drion
- Rechtspraak.nl
Bevestiging waardering WOZ appartement op juiste marktwaarde per 1 januari 2005
Belanghebbende betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van zijn appartement per waardepeildatum 1 januari 2005, stellende dat deze met circa 19% te hoog was vastgesteld. Hij baseerde zich onder meer op een lagere waardering van een vergelijkbaar appartement en de oorspronkelijke verkoopprijzen bij oplevering van het complex.
De heffingsambtenaar onderbouwde de vastgestelde waarde met een taxatierapport waarin vier referentieobjecten werden genoemd, waarvan de verkoopprijzen een representatief beeld gaven van het marktwaardepeil. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar aan zijn bewijslast had voldaan, een oordeel dat het hof onderschreef.
Het hof verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een begunstigend beleid of een fout in de waardering van vergelijkbare objecten. Ook de latere vastgestelde waarde per 1 januari 2007 bood geen aanleiding tot verlaging van de waarde per 1 januari 2005.
Het hof concludeerde dat de waarde niet te hoog was vastgesteld en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de WOZ-waarde van het appartement per 1 januari 2005 niet te hoog is vastgesteld en wijst het beroep af.