ECLI:NL:GHLEE:2009:BI8758
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen boete omzetbelasting wegens grove schuld van ondernemer
Belanghebbende, een ondernemer met een eenmanszaak in woonaccessoires, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de jaren 2001 tot en met 2004, inclusief een boete wegens het niet volledig voldoen van de verschuldigde omzetbelasting. De rechtbank had de boete vernietigd, maar de inspecteur ging in hoger beroep.
Het hof stelde vast dat belanghebbende vanaf medio 2004 op de hoogte was van de omzetbelastingschulden over de jaren 2001 tot en met 2003, zoals blijkt uit de jaarstukken die zij met haar gemachtigde besprak. Ondanks deze kennis zorgde zij er niet voor dat de openstaande bedragen werden aangegeven en betaald, noch gaf zij opdracht aan haar administratiekantoor om suppletieaangiften in te dienen.
Het hof oordeelde dat dit wijst op grove schuld, omdat belanghebbende niet langer mocht vertrouwen op haar eerdere adviseur en zelf verantwoordelijk was voor de afhandeling. De boete werd daarom gegrond verklaard, maar verminderd tot 25% van het nageheven bedrag, zijnde € 2.153. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, behalve de beslissing over proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de inspecteur gegrond en vermindert de boete tot € 2.153 wegens grove schuld van belanghebbende.