ECLI:NL:GHLEE:2009:BI7559
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- D.B. Bijl
- G.M. van der Meer
- D.V.E.M. van der Wiel-Rammmeloo
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing naheffingsaanslag BPM bij gebruik niet-geregistreerde auto
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of een personenauto met Duits kenteken feitelijk ter beschikking stond van belanghebbende tijdens een controle op 22 mei 2005, hetgeen de inspecteur stelt en belanghebbende betwist. Het Hof stelt vast dat belanghebbende de auto feitelijk ter beschikking had, ondanks zijn stelling dat hij slechts een korte rit maakte op verzoek van de eigenaar.
Daarnaast is in geschil of de inspecteur op grond van het herstelbeleid van naheffing had moeten afzien. Het Hof oordeelt dat het herstelbeleid, zoals geformuleerd in besluiten van 2001 en 2002, niet gewijzigd is in die zin dat eerdere waarschuwingen buiten beschouwing moeten blijven. De naheffingsaanslag is terecht opgelegd.
Voorts betoogt belanghebbende dat de heffing BPM in strijd is met het EG-Verdrag, met name artikel 18. Het Hof verwerpt dit en stelt dat de heffing zich richt op Nederlandse inwoners die in Nederland rijden met niet-geregistreerde voertuigen, zonder hun vrijheid van verkeer binnen de EU te beperken.
De boetebeschikking wordt door de inspecteur ingetrokken en het Hof vernietigt deze. De inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende. Het beroep tegen de naheffingsaanslag wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt bevestigd, de boetebeschikking vernietigd en de inspecteur veroordeeld in de proceskosten.