ECLI:NL:GHLEE:2009:BI6762
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Zuidema
- Janse
- Weening
- Rechtspraak.nl
Schorsing non-concurrentiebeding na beëindiging arbeidsovereenkomst in windmolenbranche
De zaak betreft een geschil over de geldigheid en toepassing van een non-concurrentiebeding tussen C. de Wolff Konstructiebedrijf B.V. en een voormalig werknemer, [geïntimeerde], werkzaam in de windmolenbranche. De werknemer had een arbeidsovereenkomst met een non-concurrentiebeding dat hem verbood binnen twee jaar na beëindiging van het dienstverband werkzaam te zijn bij concurrerende bedrijven.
Na zijn ontslag trad de werknemer in dienst bij GES, een concurrent die zich richt op renovatie en onderhoud van tweedehands windturbines. De Wolff stelde dat hiermee het beding werd geschonden en vorderde handhaving, terwijl de werknemer het beding wilde laten vernietigen of schorsen.
De voorzieningenrechter had het beding geschorst voor zes maanden na het einde van het dienstverband. Het hof bevestigde deze beslissing en oordeelde dat De Wolff onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de werknemer beschikte over bedrijfsgeheimen of exclusieve technische kennis die de concurrentiepositie van De Wolff zou schaden. Tevens werd overwogen dat het beding niet alleen bedoeld mag zijn om ervaren personeel te binden, gezien het recht op vrije arbeidskeuze.
Het incidenteel appel van de werknemer faalde omdat er geen spoedeisend belang meer bestond. Het hof veroordeelde De Wolff in de proceskosten van het principaal appel en bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter.
Uitkomst: Het non-concurrentiebeding werd geschorst voor zes maanden na het einde van het dienstverband, en het vonnis van de voorzieningenrechter werd bekrachtigd.