ECLI:NL:HR:1966:AC4650
Hoge Raad
- Cassatie
- de Jong
- Wiarda
- Houwing
- Hülsmann
- Petit
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van concurrentiebeding en schadeplichtigheid werkgever bij beëindiging dienstbetrekking
In deze zaak stond centraal of de werkgever schadeplichtig was wegens de wijze waarop hij de dienstbetrekking had beëindigd en of de rechter in kort geding bevoegd was een concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk te vernietigen. De werknemer, voormalig directeur, had een concurrentiebeding ondertekend bij beëindiging van zijn dienstverband, maar trad vervolgens in dienst bij een concurrerende Franse vennootschap.
De werkgever vorderde in kort geding dat de werknemer zich zou onthouden van het vervullen van die functie. De werknemer voerde onder meer aan dat het concurrentiebeding slechts voor Nederlandse bedrijven gold en dat de werkgever schadeplichtig was wegens de wijze van beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De President van de rechtbank verleende de gevraagde voorziening, welke door het hof werd bekrachtigd.
De Hoge Raad bevestigde dat de werkgever niet schadeplichtig was omdat de beëindiging met instemming van de werknemer was overeengekomen, inclusief een schadeloosstelling. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat de rechter in kort geding niet bevoegd is om een concurrentiebeding definitief te vernietigen, maar wel de uitvoering kan schorsen. Het beroep van de werknemer werd verworpen en hij werd veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de werknemer wordt verworpen; het concurrentiebeding blijft geldig en de werkgever is niet schadeplichtig.