ECLI:NL:GHLEE:2009:BI2564
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens medeplegen drugshandel en deelname criminele organisatie
Het gerechtshof Leeuwarden heeft het vonnis van de rechtbank Groningen vernietigd en opnieuw recht gedaan in hoger beroep betreffende de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van de verdachte. De verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en deelname aan een criminele organisatie in de periode van 1 januari 2002 tot en met 22 juni 2004.
De verdachte werd verplicht tot betaling van €182.945 aan de Staat, gebaseerd op een gedetailleerde berekening van de winst uit de verkoop van hasj, marihuana en XTC. De verdediging voerde onder meer bewijsuitsluiting aan wegens het ontbreken van raadpleging van een advocaat voorafgaand aan verhoren, en betwistte de betrouwbaarheid van verklaringen over hoeveelheden drugs. Het hof verwierp deze verweren, stellende dat de verklaringen voldoende ondersteund werden door ander bewijs en dat het ontbreken van voorafgaand overleg met een raadsman geen bewijsuitsluiting rechtvaardigde.
Het hof erkende de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, maar verbond hieraan geen rechtsgevolg vanwege het verzoek van de verdediging tot aanhouding van de zaak. Tevens werd het draagkrachtverweer afgewezen, omdat niet aannemelijk was dat de verdachte niet zou kunnen betalen. Een verzoek tot matiging wegens vermeend onredelijk overheidsoptreden werd eveneens afgewezen. Het hof legde de ontnemingsverplichting van €182.945 definitief op aan de verdachte.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot betaling van €182.945 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.