ECLI:NL:GHLEE:2009:BI2421
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Zuidema
- Kuiper
- Fikkers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering vergoeding psychische schade wegens schending zorgplicht werknemer
Appellant was van maart 2002 tot november 2005 in dienst bij De Trans en werd verdacht van seksueel misbruik, wat onjuist bleek. Hij diende klachten in en kreeg een ontbindingsvergoeding bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Appellant vorderde vervolgens vergoeding van psychische schade op grond van artikel 7:658 BW Pro wegens tekortschietende zorgplicht van De Trans.
Het hof oordeelde dat appellant niet voldeed aan zijn stelplicht om een concrete normschending aan te tonen en dat de werkgever tijdig en adequaat had gereageerd op de klachten. De klachtbehandeling was weliswaar onvoldoende zorgvuldig, maar dat was geen schending van de zorgplicht onder artikel 7:658 BW Pro. Ook was niet gebleken dat De Trans bekend was met de kwetsbaarheid van appellant.
De vordering werd afgewezen en het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het hof benadrukte dat de ontbindingsvergoeding niet exclusief is voor schadevergoeding wegens schending van de zorgplicht, maar dat appellant deze vergoeding reeds in mindering had gebracht op zijn vordering.
Uitkomst: De vordering tot vergoeding van psychische schade wegens schending van de zorgplicht wordt afgewezen en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.