ECLI:NL:GHLEE:2009:BH4591
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag en boete inkomstenbelasting 2002 na wijziging rekening-courantverhouding
Belanghebbende, enig aandeelhouder van Beheer B.V., kreeg een navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2002 opgelegd vanwege een vermeende winstuitdeling door het omzetten van een volwaardige vordering in een waardeloze vordering op de failliete dochter D B.V. De rechtbank had de boete verminderd, maar het hof herzag dit en achtte het opzet van belanghebbende dat de definitieve aanslag te laag was vastgesteld.
De feiten betreffen complexe rekening-courantverhoudingen tussen belanghebbende, Beheer B.V. en D B.V., waarbij correcties in de jaarstukken en fiscale aangiften leidden tot discussie over de juiste waardering van vorderingen en schulden. Het hof onderschreef het oordeel van de rechtbank dat sprake was van een uitdeling in 2002, die niet in de aangifte was opgenomen.
Het hof verwierp de grieven van belanghebbende over de grondslag en het jaar van navordering en oordeelde dat de inspecteur terecht navorderde over 2002. De boete werd vastgesteld op 50%, verminderd met 10% wegens vertraging in de eerste aanleg. Het hoger beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van de inspecteur gegrond, en de boete werd verhoogd ten opzichte van de rechtbank.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is openbaar en kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Hoge Raad.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt bevestigd en de boete wordt vastgesteld op €11.303 na vermindering.