ECLI:NL:GHLEE:2008:BD9336

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
16 juni 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
WAHV 108.003.442
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Poelman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 57 RVV 1990
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor onnodig geluid door spinnen met auto

Het Gerechtshof Leeuwarden behandelde het hoger beroep van betrokkene tegen een sanctie opgelegd wegens het veroorzaken van onnodig geluid met een motorvoertuig op 5 maart 2007 in Vaassen.

De kantonrechter had het beroep van betrokkene ongegrond verklaard en het hof bevestigt deze beslissing. Betrokkene voerde aan dat er geen geluidsoverlast was omdat niemand in de buurt was, er geen geluidsmeting was verricht en zijn auto aan de technische eisen voldeed. Ook betwistte hij de waarnemingen van de verbalisanten die op 200 meter afstand stonden.

Het hof oordeelt dat artikel 57 RVV Pro 1990 het veroorzaken van onnodig geluid verbiedt, ook zonder dat er daadwerkelijk overlast is vastgesteld of een geluidsmeting is gedaan. De ambtsedige verklaring van de verbalisant, waarin sprake is van veel gas geven, rookontwikkeling en piepende banden, vormt een voldoende grondslag. De stelling van betrokkene dat de verbalisanten dit niet konden waarnemen, overtuigt het hof niet.

De sanctie van €130 is terecht opgelegd en de beslissing van de kantonrechter wordt bevestigd.

Uitkomst: Het hof bevestigt de sanctie van €130 voor onnodig geluid veroorzaken door spinnen met de auto.

Uitspraak

WAHV 108.003.442
16 juni 2008
CJIB 39103908147
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Zutphen
van 22 oktober 2007
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Zutphen genomen beslissing ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 130,- opgelegd ter zake van “als bestuurder van een motorvoertuig, bromfiets of snorfiets onnodig geluid veroorzaken”, welke gedraging zou zijn verricht op 5 maart 2007 op de Laan van Fasna in Vaassen met het voertuig voorzien van het kenteken [AB-00-AB]
3.2. De betrokkene voert aan dat hij weliswaar aan het 'stunten' is geweest met spinnende wielen, maar dat hij nog steeds niet begrijpt op grond waarvan hem deze sanctie opgelegd heeft kunnen worden. De wetgever wenst onnodig geluid te bestrijden, maar niemand heeft enige hinder ondervonden van het geluid dat zijn auto maakte. Tijdens het spinnen van de wielen is er wel rookontwikkeling maar geen geluidsoverlast ontstaan en bovendien was er niemand in de buurt. Ook is er geen geluidsmeting verricht of een norm gesteld en zijn auto voldoet aan de daaraan te stellen technische eisen. Verder betwist de betrokkene dat de verbalisanten, die zich op een afstand van 200 meter bevonden toen hij zijn auto testte, hebben kunnen horen en zien dat er enorm veel gas werd gegeven waardoor rookontwikkeling ontstond.
3.3. De onderhavige gedraging is gebaseerd op artikel 57 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Deze bepaling luidt:
"Bromfietsers en bestuurders van een motorvoertuig mogen met hun voertuig geen onnodig geluid veroorzaken."
3.4. De Nota van toelichting op deze bepaling houdt in:
"Deze bepaling vervangt de artikelen 93, onderdeel f, en 98 van het RVV 1966. Bij het verbod onnodig geluid te veroorzaken moet men met name denken aan het telkens geven van gas bij het stilstaan. Het hierdoor veroorzaakte kabaal is niet alleen vervelend voor de medeweggebruikers maar ook voor aanwonenden. ( …)."
3.5. Artikel 57 RVV Pro 1990 is bedoeld om op te kunnen treden juist in die gevallen waarin een voertuig aan alle daaraan te stellen eisen voldoet maar daarmee onnodig geluid gemaakt wordt. Onder onnodig geluid moet worden verstaan dat geluid dat sterker is dan het geluid dat het rijden met een naar de eisen van de tijd normaal ingerichte auto onvermijdelijk veroorzaakt. Van onnodig geluid zal men eerst kunnen spreken, zodra het veroorzaakte geluid het normale, geaccepteerde, door auto's veroorzaakte geluid te boven gaat (vgl. de advocaat-generaal in zijn conclusie bij de zaak NJ 1973, 336; VR 1973,60). Voor de vaststelling of er sprake is van onnodig geluid in de zin van artikel 57 RVV Pro 1990 is dus niet bepalend of er iemand is die overlast heeft ondervonden van het geluid of dat een bepaald geluidsniveau wordt overschreden. Het verrichten van een geluidsmeting is daarom geen vereiste om tot de conclusie te kunnen komen dat is gehandeld in strijd met artikel 57 RVV Pro 1990.
3.6. In WAHV-zaken biedt de ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB, in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de ambtsedige verklaring in het zaakoverzicht dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.
3.7. De ambtsedige verklaring van de verbalisant, zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB, houdt voor zover van belang het volgende in:
"Het voertuig ging stil staan. Daarna hoorden wij en zagen wij dat de bestuurder van het voertuig enorm gas gaf. Daardoor ontstond een enorme rookontwikkeling. Vervolgens reed het voertuig met enorme snelheid in de richting van de Oude Apeldoornseweg. Piepende banden.".
3.8. Het hof heeft geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van de verklaring van de verbalisant. Het geluid dat de betrokkene met zijn voertuig veroorzaakte door enorm gas te geven en met hoge snelheid en piepende banden weg te rijden, is te kwalificeren als onnodig geluid in de zin van artikel 57 RVV Pro 1990. Nog daargelaten dat het een feit van algemene bekendheid is dat spinning gepaard gaat met veel meer dan normaal geluid, staat naar het oordeel van het hof op grond van de verklaring van de verbalisant voldoende vast dat de gedraging is verricht. De enkele stelling van de betrokkene dat de verbalisanten op een afstand van 200 meter hun hiervoor weergegeven waarneming niet hebben kunnen doen, doet daaraan niet af.
3.9. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Poelman, in tegenwoordigheid van
mr. Van der Heide als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.