ECLI:NL:GHLEE:2008:BD6294
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- mr. Hermans
- mr. Keur
- mr. Garos
- Rechtspraak.nl
Gerechtelijke vaststelling vaderschap ondanks eerdere erkenning en gevolgen voor Nederlanderschap
In deze zaak stond de vraag centraal of een gerechtelijke vaststelling van het vaderschap mogelijk is wanneer het kind reeds door dezelfde man is erkend. Het hof oordeelde dat artikel 1:207 lid 2 BW Pro dit niet uitsluit, omdat het doel van die bepaling is te voorkomen dat een kind meer dan twee ouders krijgt, wat hier niet aan de orde was.
Appellanten vorderden de vaststelling van het vaderschap van [belanghebbende 1 ] ten aanzien van twee minderjarige kinderen, die pas na hun geboorte werden erkend. Dit had gevolgen voor hun Nederlanderschap, aangezien zij volgens de Rijkswet op het Nederlanderschap pas na drie jaar verzorging door de vader Nederlander konden worden. Een gerechtelijke vaststelling zou dit proces versnellen.
Het hof achtte de erkenning onvoldoende om het vaderschap vast te stellen zonder grondig onderzoek en liet daarom een deskundigenonderzoek uitvoeren. Dit DNA-onderzoek concludeerde met grote zekerheid dat [belanghebbende 1 ] de biologische vader was. Het hof nam dit over en stelde het vaderschap vast.
De kosten van het deskundigenonderzoek werden ten laste van 's Rijks kas gebracht. Het hof vernietigde het eerdere vonnis van de rechtbank en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Hiermee werd een belangrijke juridische nuance bevestigd over de mogelijkheid van gerechtelijke vaderschapsvaststelling naast erkenning.
Uitkomst: Het hof stelt vast dat [belanghebbende 1 ] de biologische vader is van de minderjarige kinderen en vernietigt de eerdere beschikking.