ECLI:NL:GHLEE:2008:BD1030
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.F. Faase
- P.F. Goes
- Rechtspraak.nl
Bevestiging waardering bedrijfsgedeelte woon-/winkelpand voor inkomstenbelasting 2002
Belanghebbende stelde dat de huuropbrengsten in de eerdere uitspraak van de rechtbank ten onrechte betrekking hadden op zowel de bovenwoning als het bedrijfsgedeelte, terwijl deze volgens hem enkel op het bedrijfsgedeelte zagen. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de waardering van het bedrijfsgedeelte vastgesteld op €103.000, gebaseerd op een taxatierapport van de inspecteur dat rekening hield met leegstandrisico en WOZ-waarden.
In hoger beroep heeft belanghebbende zijn standpunten herhaald en aangevuld, onder meer met een overzicht van huurders en huurperioden en een verwijzing naar een bijgestelde taxatie van een ander pand. Het Hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de huuropbrengsten alleen op het bedrijfsgedeelte betrekking hadden en dat de taxatie van de inspecteur de voorkeur verdiende.
Het Hof nam in aanmerking dat het bedrijfsgedeelte in 1999 en 2000 niet volledig verhuurd was en dat het leegstandrisico terecht was meegenomen in de waardering. Ook achtte het Hof de door belanghebbendes taxateur overgelegde waardeverklaringen en latere taxaties niet relevant vanwege de afstand tot de peildatum en het ontbreken van onderbouwing.
Daarmee bevestigde het Hof de rechtbankuitspraak en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de waardering van het bedrijfsgedeelte op €103.000 bevestigd.