ECLI:NL:GHLEE:2008:BC9515
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- G.M. van der Meer
- J. Huiskes
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake kwade trouw bij navordering inkomstenbelasting 2003
In deze zaak staat centraal of belanghebbende te kwader trouw is geweest bij het doen van onjuiste belastingaangiften over het jaar 2003, waardoor de inspecteur gerechtigd is tot navordering en het opleggen van boetes.
Na een boekenonderzoek bleek dat belanghebbende niet alle omzet had verantwoord, wat leidde tot een omzetcorrectie van € 5.000,-. De rechtbank had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de navorderingsaanslagen en boetes vernietigd, maar het hof oordeelt anders. Het hof stelt vast dat belanghebbende opzettelijk onjuiste aangiften heeft gedaan en dat haar kwade trouw kan worden verweten, waardoor navordering ondanks ambtelijk verzuim is toegestaan.
Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de navorderingsaanslagen en boetes betreft, verklaart het beroep ongegrond voor de navorderingsaanslagen IB/PV en Zfw, en gegrond voor de boetes IB/PV en Waz. De boete Waz wordt vernietigd omdat de navorderingsaanslag Waz is vervallen, en de boete IB/PV wordt gematigd tot 10% van het aangepaste navorderingsbedrag. De proceskostenveroordeling en teruggaaf griffierecht uit eerste aanleg blijven in stand.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank deels, handhaaft navordering en boetes wegens kwade trouw met matiging van de boete IB/PV tot 10%.