ECLI:NL:GHLEE:2007:BB8282
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- Mollema
- Kuiper
- De Hek
- Streppel
- Rechtspraak.nl
Vonnis op hoger beroep inzake opheffing conservatoir beslag op casco schip
In deze zaak stond de opheffing van een conservatoir beslag op een casco van een schip, type Trawler 2250, centraal. Shipyard B.V. had beslag gelegd op het casco op grond van een beweerdelijk mondeling gesloten (afbouw)overeenkomst met appellanten, die zij ontkenden. Het hof constateerde dat er geen schriftelijke bevestiging van deze overeenkomst was en dat het bestaan ervan niet voldoende was onderbouwd.
De enige bewijsstukken waren een e-mailverklaring van een betrokkene die ook centraal stond in een andere overeenkomst tussen appellanten en Vegro Yachting B.V., en een niet nader toegelichte verklaring van een bestuurder. Andere door Shipyard B.V. aangeboden getuigenverklaringen werden niet toegelaten omdat het kort geding daarvoor niet geschikt was.
Het hof oordeelde dat de vordering van Shipyard B.V. summierlijk ondeugdelijk was, mede omdat het niet aannemelijk was dat een dergelijke mondelinge overeenkomst zonder schriftelijke bevestiging was gesloten. Daarnaast woog het belang van appellanten, die sinds 2005 het casco probeerden te verkrijgen, zwaarder dan het belang van Shipyard B.V. bij het voortduren van het beslag.
Het hof vernietigde het vonnis van de voorzieningenrechter, hief het beslag op, veroordeelde Shipyard B.V. tot afgifte van het casco binnen acht dagen en legde een dwangsom op voor het geval van niet-naleving. Tevens werd Shipyard B.V. veroordeeld in de kosten van beide instanties.
Uitkomst: Het conservatoir beslag op het casco wordt opgeheven en Shipyard B.V. wordt veroordeeld tot afgifte van het casco en betaling van proceskosten.