ECLI:NL:GHLEE:2007:BB7862
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag verontreinigingsheffing voor studentenhuis als bedrijfsruimte
Belanghebbende, eigenaar van een eengezinswoning verhuurd aan studenten die geen gezinsrelatie hebben, betwistte de aanslag verontreinigingsheffing over 2005. De heffingsambtenaar had de woning als bedrijfsruimte aangemerkt en de aanslag gebaseerd op drie vervuilingseenheden opgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat ook bij bewoning door een gezin de vervuilingswaarde gelijk blijft. Belanghebbende ging hiertegen in hoger beroep bij het hof. Het hof oordeelde dat de woning, verhuurd aan studenten zonder zelfstandige woonruimten (geen eigen keuken, badkamer of toilet), niet als woonruimte kan worden aangemerkt, maar als bedrijfsruimte.
Het hof verwees naar de definitie van woonruimte in de Verordening Waterkwaliteit en de jurisprudentie van de Hoge Raad, waarin wordt benadrukt dat woonruimten zelfstandige eenheden moeten zijn. Omdat de studenten de voorzieningen delen en geen gezin vormen, is de woning geen woonruimte in de zin van de wet. De aanslag is daarom terecht opgelegd. Het hof gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht aan belanghebbende en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag verontreinigingsheffing is terecht opgelegd.