ECLI:NL:GHLEE:2007:BB4732
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen WOZ-waardebepaling woonboerderij met geschil over waarde en referentieobjecten
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woonboerderij die in eerste instantie door de heffingsambtenaar voor de WOZ werd gewaardeerd op €461.000. Na bezwaar werd de waarde verlaagd naar €382.000. De rechtbank stelde vervolgens de waarde vast op €363.000 na beroep van belanghebbende. Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en voerde aan dat de heffingsambtenaar onvoldoende rekening had gehouden met het lage uitrustingsniveau, de kwaliteit en de ligging van de woning.
De heffingsambtenaar baseerde zijn waardering op een taxatierapport met vergelijkingsmethode en referentieobjecten, maar het hof oordeelde dat onvoldoende rekening was gehouden met de verschillen tussen de woning en de referentieobjecten. Ook werd de transactieprijs van een vergelijkbare woning die belanghebbende aanvoerde, niet adequaat meegenomen.
Het hof stelde vast dat noch de heffingsambtenaar, noch belanghebbende de waarde aannemelijk hadden gemaakt. Daarom stelde het hof de waarde in goede justitie vast op €315.000, uitgaande van de transactieprijs en kenmerken van de vergelijkbare woning.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de waarde aangepast. De heffingsambtenaar werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woonboerderij wordt vastgesteld op €315.000 per 1 januari 2003.