ECLI:NL:GHLEE:2007:BA2134
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.M. van der Meer
- J. Huiskes
- S.A.W.J. Strik
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling van navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1996
Belanghebbende, directeur en groot aandeelhouder van een BV, stelde in 1995 via een tussenpersoon geld ter beschikking aan een stichting, waarbij een overeenkomst werd gesloten die voorzag in terugbetaling en rente gekoppeld aan een toekomstige transfervergoeding van een voetballer.
In 2001 werd een navorderingsaanslag opgelegd over het jaar 1996, waarbij het belastbare inkomen werd verhoogd met f 34.231,-. Belanghebbende voerde aan dat dit bedrag onbelaste vermogenswinst betrof, terwijl de inspecteur het als inkomsten uit arbeid of rente zag.
Het hof oordeelt dat belanghebbende gebonden is aan de vorm en voorwaarden van de overeenkomst, waardoor het bedrag als rente moet worden belast. Het hof stelt vast dat belanghebbende willens en wetens geen melding van het bedrag heeft gemaakt, wat wijst op (voorwaardelijk) opzet.
De navorderingsaanslag wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van f 113.361,- en de verhoging wordt gehandhaafd op 10%. Tevens worden proceskosten aan belanghebbende toegekend en door de Staat gedragen.
De uitspraak bevestigt dat fiscale kwalificatie van inkomsten afhangt van de feitelijke overeenkomst en dat het niet melden van belastbare inkomsten kan leiden tot navordering met verhoging.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van f 113.361,- en de verhoging wordt vastgesteld op 10%.