ECLI:NL:GHLEE:2007:BA1349
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Kuiper
- Breemhaar
- Rechtspraak.nl
Geschil over levering en lidmaatschap Vereniging van Eigenaren perceel water met bodemverontreiniging
In deze civiele zaak staat centraal de uitleg en nakoming van een gerechtelijke schikking uit 2002 betreffende de levering van een perceel water met mogelijke bodemverontreiniging. Het Bouwbedrijf vordert levering van het perceel conform de schikking en stelt dat het perceel schoon genoeg is voor gebruik als binnenhaven. De Vereniging van Eigenaren weigert levering vanwege de aanwezigheid van licht tot matig verontreinigd slib.
Het hof stelt vast dat de uitleg van de schikking niet uitsluitend taalkundig kan plaatsvinden, maar moet worden beoordeeld naar redelijkheid en billijkheid, waarbij de bedoeling van partijen en de omstandigheden van het geval doorslaggevend zijn. Uit het bodemonderzoek blijkt dat het slib niet voldoet aan de categorie 1 grond die als schoon wordt beschouwd. Het Bouwbedrijf draagt de bewijslast van haar stellingen omtrent de betekenis van 'schoon' in de overeenkomst, maar heeft geen bewijs geleverd.
De primaire vordering tot levering wordt daarom afgewezen. Daarnaast is het lidmaatschap van het Bouwbedrijf in de Vereniging van Eigenaren niet van rechtswege ontstaan en de rechtbank is ultra petita gegaan door dit alsnog toe te wijzen. Het hof vernietigt dat onderdeel van het vonnis en wijst de vorderingen af. Het Bouwbedrijf wordt veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: De vorderingen van het Bouwbedrijf tot levering van het perceel en lidmaatschap van de Vereniging worden afgewezen.