ECLI:NL:GHLEE:2007:AZ8320
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Zuidema
- Kuiper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verjaring vordering na ongeval bij hindernisbaan tijdens Witmarsumer Merke
In deze zaak gaat het om een vordering van appellant tegen de Stichting Permanente Commissie Witmarsum naar aanleiding van een ongeval tijdens een hindernisbaan bij de Witmarsumer Merke in 1997. Appellant raakte gewond toen hij met zijn been een onder water gelegen voorwerp raakte. Na eerdere afwijzing van zijn vordering tegen de veroorzakers, stelde appellant later de Stichting aansprakelijk.
De Stichting beriep zich op verjaring van de vordering op grond van artikel 3:310 lid 1 BW Pro, waarbij de verjaringstermijn van vijf jaar was verstreken. Appellant stelde dat de verjaring was gestuit door een brief van zijn advocaat aan de assurantietussenpersoon Rabobank, die deze brief had doorgestuurd aan de verzekeraar Achmea. Het hof oordeelde dat de brief de Stichting niet had bereikt en dat de Rabobank niet als gemachtigde of zaakwaarnemer van de Stichting kon worden beschouwd.
Het hof bevestigde dat de stelplicht en bewijslast voor onaanvaardbaarheid van verjaring bij degene ligt die dit aanvoert, en dat het beroep op het ontbreken van polisdekking door de verzekeraar geen reden was om de verjaring onaanvaardbaar te achten. De grieven van appellant faalden en het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank, waarbij appellant in de proceskosten werd veroordeeld.
Uitkomst: De vordering van appellant is verjaard en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.