ECLI:NL:GHLEE:2007:AZ7189
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- O. Anjewierden
- H.H.A. Fransen
- T. Knoop
- Rechtspraak.nl
Toepassing verbod arbeid vreemdelingen op stages in middelbaar beroepsonderwijs
De Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Hoogeveen werd in eerste aanleg vrijgesproken van het ten laste gelegde, namelijk het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning. De officier van justitie ging in hoger beroep en vorderde een geldboete.
Het hof oordeelde dat het begrip werkgever in de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) ook onderwijsinstellingen omvat die vreemdelingen in het kader van een stage arbeid laten verrichten. De vreemdeling in kwestie, een Chinese nationaliteit dragende asielzoeker, had werkzaamheden verricht tijdens een stage zonder dat een tewerkstellingsvergunning was aangevraagd of verkregen.
Hoewel de wetgeving per 1 november 2006 is gewijzigd om bepaalde categorieën studenten vrij te stellen van de vergunningplicht, gold deze vrijstelling niet voor de vreemdeling in deze zaak. Het hof verwierp het verweer van afwezigheid van alle schuld, omdat de onderwijsinstelling onvoldoende had aangetoond dat zij op juiste wijze was geïnformeerd over haar verplichtingen.
Gezien het beleidsvoornemen van de minister om het verbod op arbeid zonder vergunning voor stagiairs af te schaffen en de omstandigheden van de zaak, legde het hof geen straf of maatregel op, maar verklaarde de stichting wel strafbaar. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en de zaak werd opnieuw beoordeeld.
Uitkomst: De stichting werd strafbaar verklaard voor het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder vergunning, maar er werd geen straf opgelegd.