ECLI:NL:GHLEE:2006:AZ5535
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Zuidema
- Kuiper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tegenbewijs en causaliteit opleiding agogie na ongeval
In deze civiele zaak stond centraal of het volgen van een opleiding agogie door geïntimeerde als gevolg van een ongeval kon worden beschouwd. Het hof heeft het tussenarrest van 22 juni 2005 bevestigd, waarin werd aangenomen dat het volgen van deze opleiding verband hield met het ongeval, tenzij Stad Rotterdam tegenbewijs zou leveren.
Stad Rotterdam heeft getuigen gehoord en medische verslagen ingebracht om aan te tonen dat geïntimeerde reeds voor het ongeval concrete stappen had gezet om van beroep te veranderen. Uit de getuigenverklaringen en medische rapporten bleek echter geen concreet bewijs dat geïntimeerde voor het ongeval al een beroepswisseling had ingezet of dat zij dit in de nabije toekomst zonder het ongeval daadwerkelijk zou hebben gedaan.
Het hof oordeelde dat het tegenbewijs niet voldoende was om twijfel te zaaien over het verband tussen het ongeval en de opleiding. Ook het argument dat het tijdstip van aanmelding voor de opleiding te kort na gedeeltelijke werkhervatting lag, overtuigde het hof niet. Stad Rotterdam werd niet ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep, en de eerdere vonnissen werden bekrachtigd. Tevens werd Stad Rotterdam veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: Stad Rotterdam wordt niet ontvankelijk verklaard in hoger beroep en de eerdere vonnissen worden bekrachtigd.