ECLI:NL:GHLEE:2006:AZ2738
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.M. van der Meer
- J. Huiskes
- H. Bakker
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over omzetbelasting op huuropbrengsten en verkoop melkquotum
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode 1999-2003 betreffende huuropbrengsten en verkoopopbrengsten van een melkquotum. Dit volgde op het overlijden van haar echtgenoot, die een landbouwbedrijf dreef en het melkquotum bezat. Na diens overlijden werd het melkquotum verhuurd en later verkocht door belanghebbende.
Belanghebbende stelde dat de Resolutie van toepassing was, die huuropbrengsten uit melkquotum vrijstelt van omzetbelasting, zoals die ook gold voor haar echtgenoot. Zij voerde aan dat zij gelijk behandeld moest worden op grond van het gelijkheidsbeginsel en dat zij als landbouwer of veehouder moest worden aangemerkt.
De inspecteur betwistte dit en stelde dat belanghebbende als ondernemer in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 moet worden gezien en daarom omzetbelasting verschuldigd is over de huuropbrengsten en verkoopopbrengsten.
Het hof oordeelde dat belanghebbende vanaf het overlijden van haar echtgenoot een vermogensbestanddeel exploiteerde en derhalve ondernemer was voor de omzetbelasting. De Resolutie is niet van toepassing omdat zij niet als landbouwer of veehouder kan worden aangemerkt. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat er geen begunstigend beleid of willekeur was. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt ongegrond verklaard.