ECLI:NL:GHLEE:2006:AY6861
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Streppel
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijk aansprakelijkheid voor betaling ontbindingsvergoeding na beëindiging arbeidsovereenkomst
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of NNDH en appellant 2 gehouden zijn tot betaling van een ontbindingsvergoeding aan geïntimeerde, werknemer van de Handelsdrukkerij. Het hof bevestigde dat appellant 2 namens NNDH een borgtochtovereenkomst is aangegaan voor de betaling van deze vergoeding.
Het hof verwierp het tegenbewijs van NNDH c.s. dat appellant 2 geen toezegging had gedaan en oordeelde dat de borgtocht niet is aangegaan in de normale uitoefening van zijn bedrijf, waardoor de borgtocht nietig is voor zover deze op appellant 2 persoonlijk ziet. Desondanks is appellant 2 persoonlijk aansprakelijk uit onrechtmatige daad.
De arbeidsovereenkomst eindigde op 31 oktober 2000 en het hof stelde vast dat de ontbindingsvergoeding vanaf die datum verschuldigd is, inclusief wettelijke rente. NNDH en appellant 2 zijn hoofdelijk aansprakelijk en moeten geïntimeerde in dezelfde positie brengen als bij betaling door de Handelsdrukkerij. Het hof vernietigde het eerdere vonnis voor zover het een verklaring voor recht betrof en veroordeelde NNDH c.s. in de kosten.
Uitkomst: NNDH en appellant 2 zijn hoofdelijk aansprakelijk voor betaling van de ontbindingsvergoeding met wettelijke rente vanaf 31 oktober 2000.