ECLI:NL:GHLEE:2006:AY5845
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.M. van der Meer
- K. de Jong-Braaksma
- Rechtspraak.nl
Geschil over fiscale behandeling van eigen gebruik en verhuur recreatiewoning
Belanghebbende, directeur en aandeelhouder van een B.V., verwierf samen met zijn vennootschap een recreatiewoning waarvan hij 75% eigenaar was. Tussen belanghebbende en de inspecteur waren afspraken gemaakt over het gebruik van de woning, waarbij werd uitgegaan van 50% eigen gebruik en 50% verhuur. Na een boekenonderzoek stelde de inspecteur vast dat de woning niet conform deze afspraken werd gebruikt, wat leidde tot een navorderingsaanslag.
Belanghebbende voerde aan dat hij mocht vertrouwen op de gemaakte afspraken en dat het feitelijke eigen gebruik bepalend moest zijn voor het huurwaardeforfait, waarbij het gebruik door zijn zoon niet aan hem toegerekend mocht worden. De inspecteur stelde dat de afspraken niet meer golden vanwege wezenlijke wijziging van feiten en dat het gebruik door de zoon wel aan belanghebbende moest worden toegerekend.
Het hof oordeelde dat de inspecteur niet gebonden is aan de afspraken vanwege de gewijzigde feiten, waaronder het gewijzigde dienstverband van belanghebbende en het gebruik door zijn zoon. Het feitelijke gebruik door de zoon wordt aan belanghebbende toegerekend. De navorderingsaanslag wordt verminderd naar een belastbaar inkomen van ƒ 45.709 (€ 20.742). Tevens veroordeelde het hof de inspecteur in de proceskosten ten laste van de Staat der Nederlanden.
Uitkomst: Het hof vermindert de navorderingsaanslag en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten.