ECLI:NL:GHLEE:2006:AW1178

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
7 april 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
BK 121/05 Inkomstenbelasting
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:17 Wet inkomstenbelasting 2001Art. 37 Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001Art. 8:75 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen afwijzing extra aftrek bewassings- en dieetkosten inkomstenbelasting 2003

Belanghebbende stelde in hoger beroep dat hij alsnog in aanmerking wilde komen voor extra aftrekposten wegens bewassingskosten en dieetkosten over het jaar 2003. Hij voerde aan dat hij sinds 1993 bewassingskosten opvoerde in zijn aangiften en overhandigde een verklaring van een internist ter onderbouwing van de dieetkosten.

De rechtbank had reeds geoordeeld dat naast het forfaitaire bedrag van € 775,- voor extra uitgaven aan kleding en beddengoed geen ruimte bestaat voor een extra aftrek wegens bewassingskosten. Het hof deelt deze conclusie en acht het niet aannemelijk dat het forfait te laag is. Tevens is onvoldoende gebleken dat de inspecteur door eerdere acceptatie van aftrekposten het vertrouwen heeft gewekt dat deze aftrekposten toegestaan waren, zodat het vertrouwensbeginsel niet van toepassing is.

De verklaring van de internist leidt niet tot de conclusie dat sprake is van een dieet in de zin van artikel 37 van Pro de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001. Het hof bevestigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF LEEUWARDEN
Sector Belasting
Kenmerk: 121/05
Uitspraakdatum: 7 april 2006
uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
X,
wonende te Z, belanghebbende,
tegen de uitspraak in de zaak AWB 05/553 van de rechtbank Leeuwarden van 1 september 2005 in het geding tussen
belanghebbende
en
de inspecteur van de Belastingdienst/Noord kantoor Groningen,
de inspecteur.
1. Ontstaan en loop van het geding
De inspecteur heeft met dagtekening 24 december 2004 aan belanghebbende voor het jaar 2003 een aanslag opgelegd in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 29.587,-.
Na daartegen gemaakt bezwaar heeft de inspecteur bij uitspraak gedagtekend 1 april 2005 het bezwaar afgewezen. Bij uitspraak van 1 september 2005, verzonden op 1 september 2005, heeft de rechtbank Leeuwarden (hierna: de rechtbank) het daartegen door belanghebbende ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Aldaar is geprocedeerd zoals weergegeven in voormelde uitspraak van de rechtbank.
Tegen deze uitspraak heeft belanghebbende hoger beroep ingesteld bij beroepschrift (met bijlagen) van 12 september 2005, bij het hof ingekomen op 13 september 2005.
De inspecteur heeft een verweerschrift in hoger beroep (met bijlagen) ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek, welke hij nog heeft aangevuld bij brief van 18 november 2005 (met bijlagen), ingediend, de inspecteur een conclusie van dupliek.
De tweede meervoudige kamer van het hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 13 februari 2006.
Aldaar is verschenen de heer A namens de inspecteur. Belanghebbende is -met kennisgeving- niet verschenen.
Van alle genoemde (en hierna nog te noemen) stukken moet de inhoud als hier ingevoegd worden beschouwd.
2. Feiten
Het hof verwijst voor de feiten naar de onderdelen 2.1 tot en met 2.4 van de uitspraak van de rechtbank.
3. Het geschil en de standpunten van partijen
3.1 Belanghebbende heeft -naar het hof begrijpt- aangevoerd dat hij alsnog in aanmerking wil komen voor een extra aftrek wegens bewassingskosten en een aftrek wegens dieetkosten.
3.2 Belanghebbende beroept zich er voorts op dat hij sinds 1993 bewassingskosten opvoerde bij zijn aangiften.
3.3 De inspecteur is van opvatting dat het hoger beroep ongegrond moet worden verklaard en de uitspraak van de rechtbank moet worden bevestigd.
4. De overwegingen omtrent het geschil
4.1 De rechtbank heeft geoordeeld dat naast het door de inspecteur in aftrek toegestane maximale forfaitaire bedrag van € 775,- in verband met extra uitgaven voor kleding en beddengoed geen ruimte is voor een extra aftrekpost wegens bewassingskosten. Het hof deelt deze conclusie. Overigens is ook niet aannemelijk geworden dat genoemd bedrag voor het onderhavige geval te laag zou zijn.
4.2 Niet aannemelijk is geworden dat de inspecteur anders dan door het enkele volgen van een opgevoerde aftrekpost ter zake van bewassingskosten in het verleden bij belanghebbende het vertrouwen heeft gewekt dat een zodanige aftrekpost mocht worden opgevoerd. Dit is onvoldoende om een beroep op het vertrouwensbeginsel te honoreren.
4.3 Belanghebbende heeft nog een verklaring van een internist overgelegd van 18 november 2005. Deze verklaring kan niet leiden tot de conclusie dat sprake is van een dieet in de zin van artikel 37 van Pro de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001. Ook overigens is het aan de orde zijn van een dergelijk dieet niet aannemelijk geworden.
4.4 De slotsom is dat het hoger beroep ongegrond is en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. Proceskosten
Het hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
6. De beslissing
Het gerechtshof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Aldus vastgesteld op 7 april 2006 door mr. J. Huiskes, raadsheer en voorzitter, mr. F.J.W. Drion en mr. G.M. van der Meer, raadsheren, en op die dag in het openbaar uitgesproken door voornoemde voorzitter in tegenwoordigheid van de griffier mr. K. de Jong-Braaksma en ondertekend door voornoemde voorzitter en door voornoemde griffier.
Op 12 april 2006 afschrift
aangetekend verzonden aan beide partijen.