ECLI:NL:GHLEE:2006:AV8585
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ondernemerschap en aftrekposten in inkomstenbelastingzaak imam
Belanghebbende, een imam die werkzaamheden verricht voor het Ministerie van Justitie en diverse moskeeën, maakte bezwaar tegen aanslagen inkomstenbelasting over 2000 en 2001. Het geschil betrof de vraag of zijn inkomsten als winst uit onderneming kwalificeren en of hij recht heeft op zelfstandigenaftrek. Tevens werd betwist welke kosten in aftrek kunnen worden gebracht.
Het hof stelde vast dat belanghebbende slechts één opdrachtgever heeft die hem een vergoeding betaalt, en dat zijn overige werkzaamheden voor moskeeën zonder beloning zijn. Hij heeft geen debiteuren- of financieel risico en heeft onvoldoende bewijs geleverd voor een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid. Daarom kwalificeert hij niet als ondernemer, maar als iemand die werkzaamheden verricht in de zin van artikel 3.94 Wet inkomstenbelasting 2001.
Verder wees het hof de door belanghebbende opgevoerde extra kosten af wegens gebrek aan bewijs. Ook de aftrek van kosten voor levensonderhoud van zijn oudste zoon en ziekenhuiskosten van zijn vader werden niet toegestaan. Het bezwaar tegen de aanslag 2000 werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. Het beroep tegen de aanslag 2001 werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Bezwaar tegen aanslag 2000 niet-ontvankelijk wegens te late indiening; beroep tegen aanslag 2001 ongegrond verklaard.