ECLI:NL:GHLEE:2006:AV7739
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Zuidema
- Kuiper
- Breemhaar
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepasselijkheid CAO-bepalingen op meal-voucher regeling bij beroepsgoederenvervoer
In deze zaak staat centraal of de door appellant getroffen meal-voucher regeling valt onder artikel 33 onder Pro F van de Collectieve Arbeidsovereenkomst (CAO) voor het beroepsgoederenvervoer, waardoor overleg met CAO-partijen verplicht is. Appellant stelde dat haar regeling viel onder artikel 33 onder Pro B, waardoor overleg niet noodzakelijk zou zijn. Het hof verwierp deze uitleg omdat deze de systematiek van de CAO zou ondermijnen en artikel 33 onder Pro F zinledig zou maken.
Het geschil betreft de vergoeding van kosten voor maaltijden en andere vergoedingen aan een internationaal vrachtwagenchauffeur die in dienst was van appellant. De kantonrechter had eerder geoordeeld in het voordeel van de werknemer, en appellant stelde hoger beroep in tegen dit vonnis. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk voor het deel betreffende geïntimeerde sub 2 vanwege de geringe vordering en bekrachtigde het vonnis voor het deel betreffende geïntimeerde sub 1.
Het hof benadrukte dat bij uitleg van CAO-bepalingen niet alleen naar de letterlijke tekst moet worden gekeken, maar ook naar de strekking en systematiek van de regeling. De meal-voucher regeling vereist overleg met CAO-partijen, conform artikel 33 onder Pro F. Daarnaast verwierp het hof het argument van appellant dat dubbele vergoeding zou ontstaan als de werknemer zowel meal-vouchers als de in artikel 33 onder Pro B.1 bedoelde vergoedingen zou ontvangen, omdat de CAO geen specifieke bedragen voor afzonderlijke kostenposten kent.
De vordering van geïntimeerde sub 1 werd daarom toegewezen en appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het vonnis van de kantonrechter werd bekrachtigd voor zover het betrekking had op geïntimeerde sub 1, en het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard voor het deel betreffende geïntimeerde sub 2.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt voor het deel betreffende geïntimeerde sub 2 niet-ontvankelijk verklaard en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd voor het deel betreffende geïntimeerde sub 1.