ECLI:NL:GHLEE:2006:AV4127
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Zuidema
- Breemhaar
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over dwaling bij beëindiging arbeidsovereenkomst en recht op WW-uitkering
In deze zaak staat centraal of de overeenkomst tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst tussen [appellante] en Stichting Algemeen Ziekenhuis Delfzicht onder invloed van dwaling is gesloten, met name omtrent het recht op een WW-uitkering.
[Appellante] trad in 1994 in dienst en sloot in september 2002 een beëindigingsovereenkomst. Zij stelde later dat zij niet gebonden was aan deze overeenkomst omdat zij onjuist was geïnformeerd over haar WW-rechten. Delfzicht bood een terugkeergarantie, die werd afgewezen. De kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst met een vergoeding en het UWV weigerde een WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid, een besluit dat later werd vernietigd.
De rechtbank wees de vorderingen van [appellante] af en kende Delfzicht een schadevergoeding toe wegens niet-nakoming. Het hof oordeelt dat de gespreksnotitie van Delfzicht geen garantie inhield over WW-rechten en dat de onzekerheid over de uitkering voor rekening van [appellante] blijft. Het beroep op misbruik van omstandigheden faalt wegens onvoldoende onderbouwing.
De reconventionele vordering van Delfzicht tot schadevergoeding wordt afgewezen omdat zij zelf te lang heeft gewacht met ontbinding. De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank, behalve de proceskostenveroordeling in reconventie, die wordt vernietigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank, wijst de reconventionele vordering af en compenseert de proceskosten tussen partijen.