ECLI:NL:GHLEE:2006:AV3979
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.J.W. Drion
- G.M. van der Meer
- H. Bakker
- Rechtspraak.nl
Toepassing vrijstelling overdrachtsbelasting bij hervestiging landbouwbedrijf na termijnoverschrijding
Belanghebbende verkocht op 4 mei 2000 circa 80 hectare weiland binnen een herkomstgebied aan E BV, waarbij hij het gebruik van het verkochte voortzette via een pachtovereenkomst. Op 2 april 2002 werd het verkochte opnieuw doorverkocht aan een C.V., waarbij de pacht werd omgezet in een gebruik om niet dat op die datum eindigde. Belanghebbende deed op die datum aangifte overdrachtsbelasting en beriep zich op vrijstelling op grond van artikel 15 lid 1 letter Pro t WBR in samenhang met artikel 4 van Pro de Regeling vrijstelling overdrachtsbelasting hervestiging landbouwbedrijven.
De inspecteur wees het bezwaar af omdat de levering van de oude landerijen op 4 mei 2000 plaatsvond en de hervestiging op 2 april 2002, waarmee de termijn van 13 maanden uit artikel 4 van Pro de Regeling werd overschreden. Belanghebbende stelde dat het moment van afstand pas op 2 april 2002 was, waardoor de vrijstelling van toepassing zou zijn.
Het hof overwoog dat het beslissende moment voor de termijn de levering van de eigendom is en niet het feitelijke gebruik. De akte van 2 april 2002 betrof een levering door E en anderen aan de C.V., niet door belanghebbende aan de C.V. Het hof verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de vrijstelling niet van toepassing is omdat de hervestiging buiten de termijn van 13 maanden plaatsvond.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de afwijzing van de vrijstelling overdrachtsbelasting wordt ongegrond verklaard.