2. Feiten
Het hof stelt op grond van de stukken, als tussen partijen niet in geschil dan wel door een der partijen gesteld en door de wederpartij niet of onvoldoende weersproken, de volgende feiten vast.
2.1 Belanghebbende, geboren in 19.. en gehuwd in gemeenschap van goederen, is sinds 1982 als chirurg verbonden aan het D-Ziekenhuis te Z (nader: het ziekenhuis).
2.2 Hij is eveneens sinds 1982 lid van de maatschap Chirurgen Combinatie Oost-Groningen, een maatschap van 12 maten (nader: de maatschap). Belanghebbendes echtgenote was in 2000 werkzaam in het onderwijs.
2.3 Tot en met het jaar 1998 hebben belanghebbende en zijn echtgenote nooit gebruik gemaakt van enige fiscale faciliteit betreffende meewerken van de echtgenote in de onderneming van belanghebbende.
2.4 Bij geen van de overige maten in de maatschap is sprake van een samenwerkingsverband tussen maat en partner.
2.5 Het ziekenhuis verzorgt de facturering en debiteurenadministratie voor de maatschap. De maatschap draagt zorg voor haar boekhouding.
2.6 Het ziekenhuis stelt ruimte, outillage en personeel ter beschikking aan de maatschap.
2.7. Slechts in overeenstemming met het bestuur van het ziekenhuis (hierna: het bestuur) kunnen andere voorzieningen worden getroffen.
2.8 Belanghebbendes echtgenote mag slechts met toestemming van het bestuur werkzaamheden in het ziekenhuis verrichten.
2.9 Op grond van de overeenkomst met het ziekenhuis mag de belanghebbende zich slechts met toestemming van het bestuur bij zijn werkzaamheden laten bijstaan.
2.10 Het is belanghebbendes echtgenote niet toegestaan om te werken met patientendossiers.
2.11 Per 1 januari 1999 is belanghebbende een ondermaatschap aangegaan met zijn echtgenote.
Volgens de akte waarbij de ondermaatschap is aangegaan heeft de ondermaatschap als doel het gezamenlijk en voor gemeenschappelijke rekening uitoefenen van een “Chirurgische” praktijk. Belanghebbende en zijn echtgenote brachten beiden kennis, arbeid en vlijt in, terwijl belanghebbende bovendien zijn aandeel in de maatschap inbracht. Elk der vennoten werd, onder beperkende voorwaarden, bevoegd voor de ondermaatschap te handelen en te tekenen, de ondermaatschap aan derden en derden aan de ondermaatschap te binden, alsmede gelden voor haar te ontvangen en uit te geven. De werkzaamheden van de ondermaatschap worden in onderling overleg verdeeld. Belanghebbende en zijn echtgenote hebben als vennoot in de ondermaatschap elk recht op een vakantie van 6 weken per jaar, waarvan de tijdstippen in onderling overleg worden vastgesteld. De winst van de ondermaatschap wordt na aftrek van de bedrijfskosten, afschrijvingen en rente over het kapitaal van de vennoten verdeeld in 80% voor belanghebbende en 20% voor de echtgenote. Tenslotte is een regeling getroffen voor het geval één der vennoten in de ondermaatschap de praktijk voortzet na beëindiging van de ondermaatschap.
2.12 In het jaar 2002 zijn er vanaf de maand januari meerdere malen contacten geweest tussen de Belastingdienst en (de adviseur van) belanghebbende waarbij door de Belastingdienst het standpunt is ingenomen dat er geen sprake is van een reële ondermaatschapsovereenkomst en dat er sprake is van een onzakelijke winstverdeling.
2.13 In de brief van de gemachtigde van belanghebbende, binnengekomen bij de Belastingdienst op 24 juli 2003, heeft de gemachtigde aangegeven dat er een uitvoerige communicatie heeft plaatsgevonden over de ondermaatschap.
2.14 Op 5 november 2002 is de aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2000 van belanghebbende administratief afgedaan, waarbij het belastbare inkomen conform het ingediende aangiftebiljet is vastgesteld.
2.15 De inspecteur heeft zich bij brief van 19 februari 2004 op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van een reële ondermaatschap en dat een navorderingsaanslag moet worden opgelegd, waarbij geen rekening wordt gehouden met toerekening van een gedeelte van belanghebbendes winstaandeel in de maatschap aan belanghebbendes echtgenote.
Het belastbare inkomen wordt nader bepaald als volgt:
Belastbaar inkomen bij definitieve aanslag f 134.291,-
Winstaandeel hoger f 52.693,-
Meer scholingsaftrek af: f 733,-
Niet aftrekbaar deel gemengde kosten f 32,-
Belastbaar inkomen bij navordering f 186.283,-.