ECLI:NL:GHLEE:2005:AU3835
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Aardema
- G.M. van der Meer
- C.L. van Lindonk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling correctheid afschrijving onroerende zaak in vennootschapsbelasting 2000
In deze zaak staat centraal of de inspecteur de afschrijving op een onroerende zaak, bestaande uit een pand en de ondergrond waarop het staat, in het jaar 2000 terecht heeft gecorrigeerd. Belanghebbende, een orthodontistenpraktijk, voerde aan dat de restwaarde van de opstal op basis van historische kostprijs zonder rekening te houden met toekomstige waardestijgingen van de grond moest worden bepaald. De inspecteur corrigeerde de afschrijving omdat hij uitging van een hogere restwaarde door waardestijging van de grond.
De rechtbank stelde vast dat de opstal en de ondergrond samen één bedrijfsmiddel vormen en dat belanghebbende in voorgaande jaren een onjuiste afschrijving had toegepast. De inspecteur stelde dat bij correcte afschrijving de boekwaarde per 1 januari 2000 hoger had moeten zijn, waardoor de afschrijving in 2000 moest worden bevroren. Het hof oordeelde dat de inspecteur het bij de aangifte in aftrek gebrachte bedrag terecht had gecorrigeerd en dat het belastbaar bedrag niet te hoog was vastgesteld.
Het hof zag geen aanleiding om de door belanghebbende voorgestelde meer geleidelijke correctie toe te passen en hoefde niet te beslissen over de invloed van toekomstige inflatie op de restwaarde. De proceskosten werden niet aan een van de partijen toegewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de correctie van de afschrijving door de inspecteur.