ECLI:NL:GHLEE:2005:AT9454
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Knijp
- De Bock
- Meijeringh
- Mollema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging integrale kostprijsberekening bij winstafdracht auteursrechtinbreuk
In deze zaak stond centraal de vraag of bij de berekening van winstafdracht op grond van artikel 27a Auteurswet een integrale kostprijsberekeningsmethodiek dan wel een variabele methode moet worden toegepast. [Appellant] vorderde winstafdracht van [geïntimeerde] wegens inbreuk op zijn auteursrecht bij de bouw van een woning.
De rechtbank wees de winstvordering af en het hof bevestigt dit oordeel. Het hof stelt dat de winstafdracht beperkt is tot de reëel genoten winst, die objectief moet worden vastgesteld. Een integrale kostprijsberekening waarbij vaste kosten naar rato worden toegerekend, is het uitgangspunt, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen.
In dit geval was sprake van overbezetting bij [geïntimeerde], waardoor andere opdrachten zijn blijven liggen. Hierdoor is geen voordeel ontstaan door de inbreukmakende bouw, omdat anders die kosten elders zouden zijn gemaakt. Na aftrek van algemene bedrijfskosten is geen winst overgebleven. Daarom is het hoger beroep van [appellant] ongegrond en wordt het vonnis van 13 februari 2002 bekrachtigd.
Het incidenteel appel van [geïntimeerde] wordt eveneens verworpen omdat hij geen belang heeft bij het aanvechten van het deelvonnis dat kracht van gewijsde heeft gekregen. De kosten worden verdeeld zoals in het arrest vermeld.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van 13 februari 2002 en wijst het hoger beroep af omdat geen winstafdracht verschuldigd is.