ECLI:NL:GHLEE:2005:AT7385
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Aardema
- G.M. van der Meer
- J.J.M. Jansen
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling vergoeding bedrijfsverplaatsing niet toerekenbaar aan vennootschap
In deze zaak staat centraal of een bedrag van ƒ 425.000,- dat de gemeente Groningen betaalde aan de broers van de directeur van X B.V. als vergoeding voor de verplaatsing van hun bedrijf, terecht tot de belastbare winst van X B.V. is gerekend. De inspecteur rekent dit bedrag bij de winst van de vennootschap, terwijl de belanghebbende dit betwist omdat zij zelf geen partij was bij de overeenkomst met de gemeente.
Feitelijk was de vergoeding betaald aan de broers, die eigenaar waren van het verhuurde onroerend goed, en niet aan de vennootschap zelf. De vennootschap had slechts een huurovereenkomst en was geen contractpartij bij de ruilovereenkomst met de gemeente. De inspecteur stelde dat sprake was van een middellijke uitdeling aan de aandeelhouder via zijn zonen, maar dit werd door het hof niet aannemelijk geacht.
Het hof stelde vast dat de broers niet namens de vennootschap optraden en dat de vennootschap geen direct voordeel had genoten van de vergoeding. De brief van de gemeente aan de belastingdienst bevestigde dat de vergoeding aan de broers was betaald. Het hof concludeerde dat de navorderingsaanslag en de opgelegde verhoging onterecht waren en vernietigde deze. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De navorderingsaanslag en de opgelegde verhoging worden vernietigd omdat de vergoeding van ƒ 425.000,- niet toekomt aan de vennootschap.