ECLI:NL:GHLEE:2005:AT7384
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Aardema
- G.M. van der Meer
- J.J.M. Jansen
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt geen winstuitdeling door BV aan aandeelhouder bij vergoeding bedrijfsverplaatsing
In deze zaak staat centraal of een bedrag van ƒ 425.000,- dat door de gemeente Groningen aan de broers van de belanghebbende werd betaald in verband met de verplaatsing van hun bedrijf, als winstuitdeling door de BV aan de belanghebbende moet worden beschouwd. De inspecteur stelde dat sprake was van een middellijke winstuitdeling, terwijl de belanghebbende dit ontkende.
Het hof stelde vast dat de overeenkomst waarbij de vergoeding werd betaald, uitsluitend tussen de broers en de gemeente was gesloten en dat de BV geen partij was bij deze transactie. De broers traden niet namens de BV op en er was geen bewijs dat de BV betrokken was bij de overeenkomst of dat de vergoeding aan de BV toekwam.
De brief van de gemeente aan de belastingdienst waarin werd bevestigd dat het bedrag was betaald voor de verplaatsing van het bedrijf van de broers, veranderde hier niets aan. Het hof oordeelde dat de inspecteur onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een winstuitdeling aan de belanghebbende.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de navorderingsaanslag vernietigd en de proceskosten aan de inspecteur opgelegd. Het gerechtshof concludeerde dat geen sprake was van een (middellijke) winstuitdeling door de BV aan de belanghebbende.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt vernietigd omdat geen sprake is van een winstuitdeling door de BV aan de belanghebbende.