ECLI:NL:GHLEE:2005:AT2481
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Meijeringh
- Zuidema
- Breemhaar
- Mollema
- Rechtspraak.nl
Beoordeling werking relatiebeding na beëindiging arbeidsovereenkomst bij vennootschap onder firma
Partijen waren een arbeidsovereenkomst aangegaan waarin een relatiebeding was opgenomen dat appellant verbood om binnen twee jaar na beëindiging van het dienstverband werkzaamheden te verrichten voor bestaande cliënten van AVM. Na beëindiging richtte appellant samen met voormalige collega’s een vennootschap onder firma (Priore) op die soortgelijke werkzaamheden verrichtte. AVM stelde dat dit een overtreding van het relatiebeding was.
Het hof onderzocht de reikwijdte van het relatiebeding aan de hand van de Haviltex-norm en concludeerde dat het beding appellant verbiedt zelf of onder zijn verantwoordelijkheid werkzaamheden te verrichten voor voormalige relaties van AVM. Het beding strekt niet zo ver dat appellant niet vennoot mag zijn in een vennootschap die dergelijke opdrachten aanneemt, mits hij de werkzaamheden niet zelf uitvoert of onder zijn verantwoordelijkheid laat uitvoeren.
Omdat appellant geen werkzaamheden zelf heeft verricht of onder zijn verantwoordelijkheid heeft laten verrichten, is geen sprake van overtreding van het relatiebeding. Het hof vernietigde de eerdere vonnissen en wees de vordering van AVM af, waarbij AVM werd veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: De vordering van AVM wordt afgewezen omdat appellant het relatiebeding niet heeft overtreden.