ECLI:NL:GHLEE:2004:AU3916
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Meijeringh
- Kuiper
- Breemhaar
- Mollema
- Rechtspraak.nl
Geschil over courtage en financieringsvoorbehoud bij grondverwerving voor woningbouw
VDM Plantontwikkeling BV en geïntimeerden zijn in geschil over de betaling van courtage voor bemiddeling bij de aankoop van agrarische grond ten behoeve van woningbouw. De grondtransacties zijn gesloten met financieringsvoorbehoud, dat door VDM is ingeroepen, waarna de koopovereenkomsten zijn ontbonden.
De rechtbank had de vordering van geïntimeerden tot betaling van de courtage toegewezen. VDM stelde in hoger beroep onder meer dat zij niet bevoegd was de overeenkomst aan te gaan en dat de afspraken slechts onder voorbehoud van oprichting van een grondbank waren gemaakt, die nooit tot stand kwam.
Het hof verwierp deze verweren en oordeelde dat VDM als opdrachtgever moet worden beschouwd. Het hof stelde vast dat in de vastgoedbemiddeling gebruikelijk is dat bij ontbinding van de koopovereenkomst onder ontbindende voorwaarde de courtage niet volledig verschuldigd is, tenzij anders overeengekomen.
Verder rust de bewijslast op VDM om aan te tonen dat zij zich voldoende heeft ingespannen voor financiering. De door VDM overgelegde stukken zijn onvoldoende, zodat het hof een comparitie gelast om hierover duidelijkheid te verkrijgen. De zaak wordt aangehouden voor verdere beoordeling na deze comparitie.
Uitkomst: Het hof gelast een comparitie om te beoordelen of VDM zich voldoende heeft ingespannen voor financiering en houdt de zaak aan voor verdere beoordeling.