ECLI:NL:GHLEE:2004:AP0411
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Aardema
- G.M. van der Meer
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid aanslag inkomstenbelasting 2000 na bezwaar en beroep
Belanghebbende kreeg een aanslag inkomstenbelasting voor het jaar 2000 opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen van ƒ 7.182,-. Na bezwaar handhaafde de inspecteur de aanslag, waarna belanghebbende beroep instelde bij het gerechtshof.
Belanghebbende stelde dat de lijfrente-uitkering onder de invorderingsvrijstelling viel en dat de aanslag niet tijdig was opgelegd door ambtelijk verzuim. Tevens voerde hij aan dat de inspecteur zich schuldig maakte aan détournement de pouvoir en dat het verweerschrift en de conclusie van dupliek niet-ontvankelijk waren.
Het hof oordeelde dat de aanslag terecht was opgelegd omdat het belastbaar inkomen lager was dan de aan loonbelasting onderworpen inkomsten, waardoor geen invorderingsvrijstelling van toepassing was. De brief van het ministerie van Financiën wekte geen rechtsgeldig vertrouwen. De aanslag was binnen de wettelijke termijn van drie jaar opgelegd, en er was geen sprake van ambtelijk verzuim of détournement de pouvoir. Het verweerschrift en de conclusie van dupliek waren ontvankelijk.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting 2000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.