ECLI:NL:GHLEE:2004:AP0410
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Aardema
- G.M. van der Meer
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de rechtmatigheid van aanslag inkomstenbelasting 1999
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1999 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 7.200,-. Na bezwaar en beroep werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde dat de lijfrente-uitkering onder de invorderingsvrijstelling viel en dat de aanslag niet tijdig was opgelegd, mede gebaseerd op een brief van het ministerie van Financiën en vermeend ambtelijk verzuim.
Het hof stelde vast dat de aanslag binnen de wettelijke termijn van drie jaar was opgelegd en dat de invorderingsvrijstelling niet van toepassing was omdat het belastbaar inkomen lager was dan de aan loonbelasting onderworpen inkomsten. De brief van het ministerie bevestigde slechts onjuiste gegevens van belanghebbende zelf, waardoor geen rechtens te beschermen vertrouwen kon worden ontleend.
Verder oordeelde het hof dat de aankondiging van de aanslag geen détournement de pouvoir vormde en dat het verweerschrift en de conclusie van dupliek van de inspecteur ontvankelijk waren. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting 1999 wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd.