ECLI:NL:GHLEE:2004:AP0066

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
19 mei 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
BK 614/03 Inkomstenbelasting
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 Besluit proceskosten bestuursrechtArt. 8:41 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen proceskostenvergoeding voor niet-erkende kosten bij intrekking beroepschrift inkomstenbelasting

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak van de inspecteur inzake de aanslag inkomstenbelasting over 2001, maar heeft dit beroep ingetrokken nadat de inspecteur gedeeltelijk aan het bezwaar tegemoet was gekomen. Vervolgens verzocht belanghebbende om vergoeding van diverse proceskosten, waaronder kopieerkosten, portokosten, reiskosten en dieetkosten.

De inspecteur wees dit verzoek af, verwijzend naar de limitatieve opsomming van kosten in artikel 1 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarin alleen kosten van professionele rechtsbijstand, getuigen, deskundigen, reis- en verblijfskosten, verletkosten, bepaalde administratieve kosten en kosten van een arts als gemachtigde worden vergoed.

Het hof oordeelde dat de door belanghebbende opgevoerde kosten niet onder deze opsomming vallen en dat het griffierecht niet via een proceskostenveroordeling kan worden vergoed. Voor het griffierecht geldt een aparte regeling waarbij vergoeding rechtstreeks bij de inspecteur moet worden gevraagd.

Belanghebbende was niet aanwezig bij de zitting en voerde geen kosten op die binnen de wettelijke kaders vallen. Daarom werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de opgevoerde kosten niet onder de wettelijke vergoeding vallen en het griffierecht niet via proceskosten kan worden vergoed.

Uitspraak

BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN UITSPRAAK
Nr. 614/03 19 mei 2004
Uitspraak van het gerechtshof te Leeuwarden, tweede meervoudige belastingkamer, op het verzoek van X (: verzoeker) te Z tot kostenveroordeling van de Staat der Nederlanden in de door hem gemaakte kosten in verband met de behandeling van het beroep bij het gerechtshof tegen de uitspraak op bezwaar gedaan op het bezwaarschrift tegen de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2001, nr. 000.00.000.H16.
Verzoeker is in beroep gekomen tegen de bovenvermelde door de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/ Noord/kantoor Assen (: de inspecteur) gedane uitspraak.
Bij brief van 11 september 2003, ingekomen ter griffie op 12 september 2003, heeft de inspecteur de door verzoeker op 8 september 2003 ondertekende verklaring ingezonden waarin verzoeker verklaart dat het beroep wordt ingetrokken. Uit de brief d.d. 2 september 2003 van de inspecteur aan verzoeker, welke als bijlage bij voormelde brief van 11 september 2003 was gevoegd, blijkt dat de inspecteur alsnog gedeeltelijk tegemoet is gekomen aan verzoekers bezwaar op het onderdeel van de aftrekbare rente met betrekking tot de eigen woning.
Tegelijkertijd met de intrekkingsverklaring van 8 september 2003 heeft belanghebbende verzocht om vergoeding van proceskosten.
Verzoeker heeft in dat kader de volgende kosten opgevoerd:
- het vervaardigen van kopieën;
- het kopen van een bloemetje voor degene die het beroep-
schrift heeft moeten uittypen;
- het kopen van een speciale enveloppe ten behoeve van de
verzending van het beroepschrift;
- portokosten;
- tijdsbesteding bezoek Bureau voor Rechtshulp voor het
inwinnen van advies;
- verbruik van een schrijfblok en een balpen;
- bezoek huisarts/specialist wegens dieetkosten;
- diverse reiskosten ten behoeve van het inwinnen van advies
voor het opstellen van het beroepschrift.
De inspecteur heeft in voormelde brief van 11 september 2003 op dat verzoek afwijzend gereageerd. Voor zijn motivering heeft de inspecteur verwezen naar de brief die hij op dezelfde datum aan verzoeker heeft verzonden, waarvan een kopie als bijlage is bijgevoegd.
Bij de mondelinge behandeling van 27 april 2004, gehouden te Leeuwarden, is de inspecteur in persoon verschenen. Belanghebbende is -met kennisgeving hiervan- niet ter zitting verschenen.
Van alle genoemde stukken moet de inhoud als hier ingevoegd worden beschouwd.
Het hof overweegt als volgt.
Op grond van het bepaalde in artikel 1 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht (: het Besluit) kan een veroordeling in de kosten als bedoeld in artikel 8:75 Algemene Pro wet bestuursrecht (: Awb) uitsluitend betrekking hebben op:
a. kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand,
b. kosten van een getuige, deskundige of tolk die door een partij of een belanghebbende is meegebracht of opgeroepen, dan wel van een deskundige die aan een partij verslag heeft uitgebracht,
c. reis- en verblijfkosten van een partij of een belanghebbende,
d. verletkosten van een partij of een belanghebbende,
e. kosten van uittreksels uit de openbare registers, telegrammen, internationale telexen/telefaxen en internationale telefoongesprekken, en
f. kosten van het als gemachtigde optreden van een arts in zaken waarin enig wettelijk voorschrift verplicht tot tussenkomst van een gemachtigde die arts is.
Dit artikel geeft een limitatieve opsomming van de kostenposten waarop een vergoeding voor kosten van een beroepsprocedure betrekking kan hebben. Er kan geen proceskostenveroordeling worden uitgesproken voor kosten die buiten die opsomming vallen.
Nu belanghebbende de procedure zelf heeft gevoerd en niet ter zitting aanwezig is geweest en overigens in zijn specificatie van de kosten geen kosten heeft opgevoerd die onder de limitatieve opsomming van artikel 1 van Pro het Besluit vallen, bestaat er voor het hof geen reden een kostenvergoeding toe te kennen.
Voor zover belanghebbende tevens heeft verzocht om vergoeding van het betaalde griffierecht overweegt het hof dat een proceskostenveroordeling als bedoeld in art. 8:75a jo 8:75 Awb niet het griffierecht kan omvatten. Ingevolge art. 8:41 lid 4 van Pro de Awb wordt, indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, het door de indiener betaalde griffierecht aan hem vergoed door de desbetreffende rechtspersoon. Belanghebbende dient zich derhalve met het verzoek om vergoeding van het betaalde griffierecht rechtstreeks tot de inspecteur te wenden.
Aldus vastgesteld op 19 mei 2004 door mr. G.M. van der Meer, raadsheer en voorzitter, mr. H.H.A. Fransen, raadsheer, en mr. H. Bakker, raadsheer-plaatsvervanger, en op die dag in het openbaar uitgesproken te Leeuwarden door voornoemde voorzitter in tegenwoordigheid van de griffier mr. J. de Jong en ondertekend door voornoemde voorzitter en voornoemde griffier.
Afschrift aangetekend verzonden aan beide partijen op: 26 mei 2004