ECLI:NL:GHLEE:2004:AO9665
Gerechtshof Leeuwarden
- Proceskostenveroordeling
- Dijkstra
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beschikking kantonrechter inzake verzet tegen dwangbevel WAHV
De betrokkene maakte verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel uitgevaardigd door de officier van justitie. De kantonrechter verklaarde het verzet aanvankelijk ongegrond, maar rectificeerde dit later en verklaarde het verzet gegrond. Desondanks gaf de kantonrechter opnieuw een beschikking op hetzelfde verzet zonder dat de eerste beschikking was vernietigd.
Het hof oordeelde dat de tweede beschikking van de kantonrechter niet rechtsgeldig was omdat de eerste beschikking niet was vernietigd en er geen sprake was van een kennelijke fout die eenvoudig hersteld kon worden. Het hoger beroep tegen de eerste beschikking werd daarom gegrond verklaard.
Verder werd vastgesteld dat de betrokkene niet had voldaan aan de vereiste zekerheidstelling en betaling van griffierecht, wat normaal tot niet-ontvankelijkheid leidt. Het hof besloot hiervan af te zien omdat de advocaat-generaal de tenuitvoerlegging had stopgezet en het verzet gegrond was.
Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen omdat de WAHV en het Besluit proceskosten bestuursrecht geen ruimte bieden voor vergoeding van materiële of immateriële schade buiten de proceskosten. Het hof gelastte restitutie van het betaalde griffierecht aan de betrokkene.
Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de beschikking van de kantonrechter, verklaart het verzet gegrond en wijst het verzoek tot schadevergoeding af.