ECLI:NL:GHLEE:2003:AO1601
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Dijkstra
- Van Dijk
- Weenink
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ontvankelijk wegens schending redelijke termijn bij verkeersboete
De betrokkene maakte tijdig verzet tegen een dwangbevel wegens een verkeersboete, maar stelde geen zekerheid en betaalde het griffierecht niet, waardoor de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk verklaarde.
In hoger beroep oordeelt het hof dat tussen het verzet en de mededeling over zekerheidstelling en griffierecht 22 maanden zijn verstreken, wat een schending van de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM Pro oplevert.
Hierdoor kan de betrokkene niet worden tegengeworpen dat hij de zekerheidstelling en het griffierecht niet heeft voldaan. Het hof vernietigt de beschikking van de kantonrechter en verklaart het verzet gegrond.
De uitspraak benadrukt het belang van een snelle procedure in verzetzaken en dat overschrijding van redelijke termijnen kan leiden tot ontvankelijkheid ondanks formele tekortkomingen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ontvankelijk verklaard en het verzet gegrond verklaard wegens schending van de redelijke termijn.