ECLI:NL:GHLEE:2004:AO4486
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.H.A. Fransen
- F.J.W. Drion
- G.M. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Navordering inkomstenbelasting na twijfel over ondernemerschap en nieuw feit
Belanghebbende voerde na 14 juli 1995 werkzaamheden uit als schilder voor één opdrachtgever in Duitsland, waarbij hij werd betaald op basis van een vast uurloon van 40 DM, ondanks dat op facturen vierkante meter prijzen werden vermeld. Het hof stelde vast dat er geen sprake was van een zelfstandige onderneming, maar van andere inkomsten uit arbeid.
De inspecteur legde een navorderingsaanslag op omdat de oorspronkelijke aanslag was gebaseerd op onjuiste gegevens en er sprake was van een nieuw feit. Belanghebbende stelde dat er sprake was van winst uit onderneming en dat navordering niet gerechtvaardigd was. Het hof oordeelde dat de inspecteur bij het vaststellen van de aanslag 1995 al bekend was of redelijkerwijs had kunnen zijn dat er geen sprake was van ondernemerschap.
Verder was belanghebbende zich bewust van de risico's van onjuiste aangifte, wat kwade trouw opleverde. Er was geen sprake van een toezegging door de inspecteur dat niet nagevorderd zou worden. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag bevestigd wegens andere inkomsten uit arbeid en kwade trouw.