ECLI:NL:GHLEE:2004:AO4023
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over WOZ-waardering van onroerende zaken in Groningen per 1 januari 1999
Belanghebbende, eigenaar en/of gebruiker van meerdere onroerende zaken te Groningen, betwist de WOZ-waarderingen per 1 januari 1999 van vier panden vastgesteld door de directeur van de gemeente Groningen. De directeur had de waarden vastgesteld op basis van de huurwaardekapitalisatiemethode, waarbij de waardepeildatum 1 januari 1999 was en de beschikking gold voor de jaren 2001 tot en met 2004.
De belanghebbende stelde dat de gehanteerde waarderingsmethode onjuist was en dat onvoldoende rekening was gehouden met leegstand, onderhoudskosten en andere lasten. Tevens betwistte hij de afbakening van de onroerende zaken, met name dat twee panden als aparte objecten waren gewaardeerd terwijl zij als één object moesten worden beschouwd.
Het hof oordeelde dat de directeur voldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarderingen voor twee panden correct waren, maar dat de afbakening van twee andere panden onjuist was. Daarom vernietigde het hof de waardebeschikkingen voor die panden en stelde de waarde van een van de betwiste panden lager vast. De waardering van het hoekpand werd bevestigd. Het verzoek tot aanhouding van de zaak werd afgewezen vanwege proceseconomische redenen.
Ten slotte werd het griffierecht aan belanghebbende vergoed en werden geen proceskosten toegekend wegens het ontbreken van beroepsmatige rechtsbijstand.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor drie onroerende zaken met vernietiging van de beschikking en waardestelling, terwijl het beroep voor één pand wordt afgewezen.