ECLI:NL:GHLEE:2002:AE5025
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Zwerwer
- Koolschijn
- Van der Woude
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en vermindering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel in hennephandel
Het gerechtshof Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank Leeuwarden inzake ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel door een veroordeelde die betrokken was bij hennephandel en deelname aan een criminele organisatie.
De rechtbank had het voordeel vastgesteld op fl. 657.040,95 en een betalingsverplichting opgelegd van fl. 300.000 met vervangende hechtenis van 400 dagen. Het hof vernietigde deze beslissing en stelde het voordeel vast op €330.229,45, gebaseerd op een kasopstelling van contante uitgaven en ontvangsten, waarbij de verdediging niet aannemelijk had gemaakt dat aftrekposten zoals legaal startkapitaal, inkomsten uit verkoop van munten, sieraden of hypotheek waren gerechtvaardigd.
Het hof oordeelde dat de behandeling niet binnen redelijke termijn had plaatsgevonden en compenseerde dit door het bedrag met 10% te verminderen tot €297.206. De veroordeelde werd verplicht dit bedrag aan de Staat te betalen, met een subsidiaire sanctie van 694 dagen vervangende hechtenis bij niet-betaling.
De verdediging voerde ontvankelijkheidsverweren aan wegens schending van het gelijkheidsbeginsel en overschrijding van de redelijke termijn, maar deze werden afgewezen. Het hof benadrukte dat het openbaar ministerie discretionaire bevoegdheid heeft om ontnemingsvorderingen in te stellen en dat de vertraging niet zodanig was dat het OM niet-ontvankelijk verklaard kon worden.
De uitspraak is gebaseerd op artikel 24d en 36e van het Wetboek van Strafrecht en het strafrechtelijk financieel onderzoek dat de kasopstelling onderbouwde.
Uitkomst: Veroordeelde moet €297.206 betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, met 694 dagen vervangende hechtenis bij niet-betaling.