ECLI:NL:GHLEE:2002:AD9873
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- prof. mr Aardema
- Rechtspraak.nl
Beoordeling energiepremie bij verbouwing kerkgebouw tot woning
Belanghebbende kocht op 1 mei 2000 een kerkgebouw en voerde daarop een verbouwing uit om het geschikt te maken voor bewoning. Hij vroeg een energiepremie aan bij het energiebedrijf, die werd afgewezen omdat het gebouw niet als bestaande woning werd beschouwd. Na een negatief besluit op het verzoek tot heroverweging en een afwijzing van het bezwaar door de inspecteur, kwam belanghebbende in beroep bij het Gerechtshof.
Het hof overwoog dat de energiepremieregeling (EPR), gebaseerd op de Wet Belastingen op Milieugrondslag, alleen geldt voor woningen die bestemd zijn voor permanente bewoning en niet voor nieuwbouwwoningen. Omdat belanghebbende kort voor de verbouwing een bouwvergunning had verkregen, kwalificeerde het kerkgebouw als nieuwbouwwoning. Hierdoor voldeed het niet aan de criteria voor de premie.
Verder verwierp het hof het beroep op opgewekt vertrouwen, omdat het energiebedrijf vooraf aanvullende informatie had gevraagd, wat geen basis bood voor vertrouwen dat aan de voorwaarden was voldaan. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werden geen proceskosten toegewezen.
De uitspraak bevestigt dat de energiepremieregeling niet geldt voor nieuwbouwwoningen en dat het verkrijgen van een bouwvergunning bepalend is voor de toepasselijkheid van de regeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de energiepremie wordt ongegrond verklaard omdat het gebouw als nieuwbouwwoning kwalificeert.