ECLI:NL:GHLEE:2002:AD9000
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Pruiksma
- Huiskes
- Fransen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag inkomstenbelasting 1994 ondanks geschil over toerekening handelsopbrengsten
Belanghebbende werd voor het jaar 1994 aangeslagen in de inkomstenbelasting op een belastbaar inkomen van ƒ 375.720,--. Na bezwaar handhaafde de inspecteur de aanslag. Belanghebbende kwam hiertegen in beroep bij het Gerechtshof Leeuwarden. Het geschil betrof de toerekening van opbrengsten uit handels- en bemiddelingsactiviteiten in onroerende zaken en melkquotum tussen zijn eenmanszaak en de door hem opgerichte besloten vennootschap (BV).
Het hof stelde vast dat de activiteiten tot na het najaar 1996 feitelijk voor rekening en risico van de eenmanszaak plaatsvonden, ondanks de oprichting van de BV in 1991 en 1992. De inspecteur had aannemelijk gemaakt dat tot augustus 1996 de BV niet als partij optrad in overeenkomsten, terwijl belanghebbende dat wel deed. Belanghebbende kon dit niet ontkrachten.
Het hof oordeelde dat het vertrouwen van belanghebbende in een fiscale toerekening aan de BV niet gerechtvaardigd was en dat de inspecteur niet in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel had gehandeld. De opbrengsten moesten worden aangemerkt als winst uit onderneming van belanghebbende. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 1994 wordt bevestigd.