ECLI:NL:GHLEE:2001:AB3155
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- prof. mr Aardema
- mr Drion
- mr Fransen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling lijfrentepremieaftrek bij overdracht onderneming aan B.V.
Belanghebbende, die samen met zijn zoons een landbouwbedrijf dreef, bracht in 1995 delen van zijn onderneming over aan een B.V. in oprichting. Hij verkocht het melkveehoudersbedrijf aan een derde en bracht het akkerbouwbedrijf in de B.V. Bij de aangifte inkomstenbelasting bracht hij een bedrag als lijfrentepremieaftrek in mindering.
De inspecteur weigerde deze aftrek omdat de lijfrente niet was bedongen als tegenprestatie voor de overdracht van een gedeelte van de onderneming aan de B.V. en omdat de B.V. nog niet bestond bij het sluiten van de overeenkomst. Belanghebbende stelde dat de onderneming door de B.V. werd voortgezet en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden.
Het hof oordeelde dat het melkveehoudersbedrijf niet aan de B.V. was overgedragen, zodat geen recht op lijfrentepremieaftrek bestond. De overdracht van het akkerbouwbedrijf aan de B.V. leidde niet tot stakingswinst en dus ook niet tot aftrek. Het beroep op verboden discriminatie en het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de situatie wezenlijk anders was dan de door belanghebbende genoemde gevallen en er geen beleidsregel bestond die hem steunde.
Het hof verklaarde het beroep ongegrond en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.