ECLI:NL:GHLEE:2001:AB1671
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Pruiksma
- Huiskes
- Fransen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aanslagen waterschapslasten wegens ontbreken bewijs waterbezwaar bospercelen
Belanghebbende, eigenaar van vijf percelen bosgrond, werd aangeslagen voor waterschapslasten over het jaar 1995. Na bezwaar en beroep bij het gerechtshof Arnhem, en cassatie bij de Hoge Raad, werd de zaak verwezen naar het gerechtshof Leeuwarden voor verdere behandeling.
Het geschil betrof primair de vraag of het bos waterbezwaar oplevert dat kosten voor het waterschap rechtvaardigt, en subsidiair de juiste omslagklasse voor een deel van een perceel. Het hof stelde vast dat het bos geen zichtbare bovengrondse waterafstroming kent en dat eventuele afvoer ondergronds plaatsvindt. Het bestuur slaagde er niet in concreet aan te tonen dat het bos waterbezwaar veroorzaakt dat relevant is voor de taakvervulling van het waterschap.
Daarmee berusten de aanslagen op onjuiste gronden en op een onverbindende verordening, omdat een niet-betalende klasse ontbreekt. Het hof vernietigde alle aanslagen, inclusief die voor de bebouwde onroerende zaak, en veroordeelde het bestuur tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende.
De uitspraak benadrukt de bewijslast van het waterschap om concreet waterbezwaar aan te tonen en bevestigt dat waterbezwaar beoordeeld moet worden op het niveau van het waterstaatkundig gebied, niet op perceelsniveau. De procedure werd zorgvuldig gevoerd met memorie-uitwisseling en een mondelinge behandeling.
Uitkomst: De aanslagen waterschapslasten voor de bospercelen worden vernietigd wegens onvoldoende bewijs van waterbezwaar.