ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0044
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Vellinga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging administratieve sanctie wegens niet voor laten gaan van tegemoetkomend verkeer bij afslaan
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd van 180 gulden wegens het niet voor laten gaan van tegemoetkomend verkeer bij het afslaan op 11 januari 1999 in Arnhem. Hij voerde aan niet geïnformeerd te zijn door de politie en dat hij niet staande was gehouden. Volgens art. 5 WAHV Pro moet de sanctie aan de bestuurder worden opgelegd als er een reële mogelijkheid tot staandehouding was, maar dit was hier niet het geval.
Betrokkene stelde ook dat de beschikking pas na bijna vijf maanden werd toegezonden, wat volgens art. 4 WAHV Pro binnen vier maanden moet gebeuren. Het hof oordeelde dat de termijnoverschrijding niet tot vernietiging leidt tenzij betrokkene daardoor in een rechtens te respecteren belang is geschaad, wat niet is aangetoond. Ook het verweer over de bewoordingen van de verbalisanten werd verworpen.
Het hof concludeerde dat het handelen van betrokkene inderdaad een overtreding van art. 18 lid Pro 1 RVV1990 oplevert en bevestigde de beslissing van de kantonrechter. De sanctie blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de administratieve sanctie van 180 gulden wegens het niet voor laten gaan van tegemoetkomend verkeer bij het afslaan.